Proceskosten:

 

Naast de advocaatkosten zijn er aan een civiele juridische procedure zogenaamde proceskosten verbonden.

 

Deze proceskosten kunnen worden onderscheiden in:

      • de verschuldigde griffierechten

      • overige proceskosten 

 

Het griffierecht

Griffierechten zijn administratiekosten die de rechterlijke instantie in rekening brengt bij het aanbrengen van een civiele zaak.

Beide partijen moeten griffierechten betalen. De hoogte van de griffierechten hangt samen met de hoogte van het gevorderde schadebedrag (percentage daarvan) en het inkomen (en vermogen) van de betrokkenen. In het strafrecht zijn voor het slachtoffer dat zichzelf als benadeelde partij voegt geen griffierechten verschuldigd.

 

Proceskosten en kostenveroordeling

Bij het uitspreken van het vonnis in een civiele zaak zal de rechter doorgaans ook een uitspraak doen over de proceskosten.

De hoofdregel is dat degene die in het ongelijk wordt gesteld, tevens wordt veroordeeld om de proceskosten van de tegenpartij te betalen.

Deze kostenveroordeling heeft betrekking op de kosten voor de rechtshulp die nodig was voor het voeren van de procedure.

De partij die in het gelijk wordt gesteld heeft recht op een vergoeding van die kosten door de tegenpartij.

 

Buitengerechtelijke kosten van rechtshulp

De kosten die een slachtoffer maakt aan een advocaat, deskundigen of het vergaren van bewijs in het stadium voorafgaand aan de procedure, worden de buitengerechtelijke kosten genoemd.

Deze kosten zijn geen proceskosten, zoals hierboven uiteengezet, dat zijn immers de kosten die voor het voeren van een procedure worden gemaakt, dus vanaf het moment dat de wederpartij gedagvaard wordt.

De buitengerechtelijke kosten dient de dader apart, naast een eventuele proceskostenveroordeling, als onderdeel van de geleden schade, te vergoeden aan het slachtoffer.