Thema's 2.0:

 

We zijn weer terug bij het begin: u weet wel: een kwestie van kiezen of te wel de thema’s die in de afgelopen stappen zijn voorbij gekomen. Nu hebt u over alle gelukkige en niet gelukkige momenten gesproken en hoe ervaart u nu deze thema’s? 

STAP1.1.Angst

STAP1.1.1.Ben jij wel eens angstig geweest en/of wanneer je ’s avonds alleen buiten loopt?

STAP1.1.2.Slaap jij met het licht aan? Ja, waarom?

STAP1.1.3.Heb jij echte angst gekend tijdens het seksueel misbruik of daarna?

STAP1.1.4.Zo ja, heb jij voor de dader angst gehad en is dat nu nog zo?

STAP1.1.5.Heb jij voor jouw leefomgeving angst gehad?

STAP1.1.6.Ben jij na het seksueel misbruik bang geweest om een intieme relatie aan te gaan met een andere vrouw of man?

STAP1.1.7.Ben jij wel eens bang? Zo ja, voor wat of voor wie en waarom? 

 

STAP1.2.Geluk

STAP1.2.1.Heb jij ooit geluk gekend?

STAP1.2.2.Wanneer was jij gelukkig en wanneer niet?

 

STAP1.3.Agressie

STAP1.3.1.Heb jij last van agressief gedrag?

STAP1.3.2.Ben jij ooit agressief geweest en dit getoond tegenover anderen?

STAP1.3.3.Heb jij ooit anderen agressief benaderd?

 

STAP1.3.4.Woede

STAP1.3.5.Ben jij woedend geweest tijdens en daarna over het seksueel misbruik en ben jij dat nu nog?STAP1.3.6.Heb jij deze woede nog steeds in je zitten?STAP1.3.7.Ben jij niet bang voor deze woede?

 

STAP1.4.Schaamte

STAP1.4.1.Heb jij vroeger, voor het seksueel misbruik, last gehad van schaamte?

STAP1.4.2.Heb jij vroeger, ná het seksueel misbruik, last gehad van schaamte?

STAP1.4.3.Hebben jouw ouders jouw geleerd wat schaamte is?

STAP1.4.4.Schaam jij je voor jezelf; voor je lichaam?

 

STAP1.5.Twijfels

STAP1.5.1. en heb jij twijfels daarover?STAP1.5.2.Schaam jij je voor seksueel misbruik?STAP1.5.3.Ben jij onzeker en/of assertief?



Thema's 2.0:

 

STAP1.16 . Sexual Identity & Confusion

STAP1.16.1 . Do you have a sexual identity and what is that ?
STAP1.16.2 . When you found out that the sexual relationship that you have not had a normal relationship?
STAP1.16.3 . What do you think about relationships between men themselves - homosexuality ?
STAP1.16.4 . Do you have a sexual relationship , if so, with whom?
STAP1.16.5 . How is sexuality between you and that partner?
STAP1.16.6 . Did you get confused by the sexual abuse ?
STAP1.16.7 . What is this confusion ?
STAP1.16.8 . What do you feel this confusion?
STAP1.16.9 . What feelings come up through the sexual abuse you?

 

STAP1.17. Private Male Identity & relationship family and friends.

STAP1.17.1. Do you have an identity?
STAP1.17.2. Who are you?
STAP1.17.3. What are you?
STAP1.17.4. Why are you on this earth?
STAP1.17.5. Can you complete yourself or are you inhibited?
STAP1.17.6. How do you place yourself between other men?
STAP1.17.7. How do you place yourself between other women?
STAP1.17.8. Describe yourself once you when you first had a small young [so to 10 years], then a young man [to 20] and as an adult of over twenty?
STAP1.17.9. Do you still have contact with your family?
STAP1.17.10. How are the relationships?
STAP1.17.11. What does your family that you are sexually abused by a man?
STAP1.17.12. If you do not have a relationship with your family, you miss your family?
STAP1.17.13. Do you have any contact with your friends?
STAP1.17.14. What is the relationship between themselves?
STAP1.17.15. What do you friends that you have been a man sexually abused?
STAP1.17.16. Do you have any friends from the past and how many more do you haven’t?




CONCLUSIE VAN DE STADHOUDER METHODIEK:

 

            Hallo beste belangstellende,

 

De conclusie die er getrokken kunnen worden is dat de hulpverlening nog steeds wat mannen betreft een groot gebied heeft in te halen. Er is veel kennis bij ervaringsdeskundigen, doch het animo om deze aan te nemen, in part time of als vrijwilliger is nog steeds een hoge drempel. Het is juist voor deze groep zo belangrijk dat zij gehoord en serieus genomen worden, want zij zijn de grootste groep van zwijgers die eigenlijk nooit uit hun eigen zullen praten. Zij worden er toe gedwongen door het ‘sneeuwbal-effect’ en dan raken zij in een stroomversnelling.

 

In deel 1 wordt er gesproken over de boekenkast, de jaarboeken, het stappenplan. Het zijn eigenlijk drie manieren om de man gestructureerd te krijgen. Het beste voorbeeld is een man die Alzheimer heeft. Hoe verder de ziekte doorwoekerd, hoe meer herinneringen hij kwijtraakt en wanneer je dit in omgekeerde volgorde doet in de gesprekken, dan komen alle herinneringen, stapje voor stapje, terug en kan hij het een plekje geven.

Wanneer het moment komt dat een man gaat praten over zaken als incest en seksueel misbruik dan is zijn manier van praten te vergelijken met een wolkbreuk: alles komt er ineen keer en ongecontroleerd naar buiten. Hoe langer hij heeft gewacht om er over te praten, hoe zwaarder en hoe meer alles er tegelijk eruit komt. De manier van praten, zoals in de boekenkast, de jaarboeken, het stappenplan, geeft de man rust, structuur en de mogelijkheid weer controle te krijgen. Want juist bij zo’n uitbarsting raakt een man al zijn controle kwijt en wordt hij een roeibootje midden op de oceaan. Ook de hulpverlener heeft het erg moeilijk met dit soort losgeslagen mannen, die een stormvloed van worden, emoties, verdriet, pijn en schuld eruit gooien en daarna niet meer weten waar zij het over gehad hebben. De manier van praten voor de hulpverlener, zoals in de boekenkast, de jaarboeken, het stappenplan, geeft ook de hulpverlener structuur. Hij kan de cliënt beter leren kennen, voordat hij met hem gaat praten over het misbruik of een ander trauma. Het begin en het einde zijn hetzelfde, daarmee kan de cliënt én de hulpverlener constateren of de cliënt positiever gevormd is en of de cliënt de traumatische ervaring kan accepteren.

 

In deel 2 is er beschreven wie of wat nou die man is. Mannen worden door hun opvoeding tot mannen gemaakt. Onze identiteit is voor een behoorlijk deel gebaseerd is op een ontkenning. Een ontkenning van het 'vrouwelijke' in onszelf. Dat gaat gepaard met een flinke portie homohaat, aangezien homo's in onze cultuur gezien worden als "verwijfde" mannen. Hetero- en homoseksualiteit bij mannen. Onze opvoeding gaat ons hele leven door; altijd weer die prestatiedrang en die controle hebben. Welke eigenschappen bij ieder individu ontwikkeld worden hangt heel sterk van de maatschappelijke omstandigheden af.

Het beschrijft ten eerste de vroege jeugd. Hoe de foetus groeit, ontdekt en hoe het omgaat met het leerproces en dan volgt de eerste crisis: de pubertijd. De meeste pubers/mannen die zichzelf heteroseksueel noemen, volgen vrij precies de door de cultuur opgedrongen beelden. In de puberteit ontstaat het fenomeen van het ‘wijven versieren’. Gewelddadigheid als bewijs van mannelijkheid. Deze 'behoefte', deze bewijsplicht, is sterker al naargelang men zich moeilijker op andere manieren kan laten gelden. Veel vrouwen zouden schrikken als ze zouden horen op welke denigrerende wijze hun vriendjes zich over hen uitlaten. Zij moeten controle houden over eigen lichaam, maar ben je dan toch ‘anders’ dan zijn er maar twee keuzes mogelijk: ofwel aan ‘coming-out’ doen [erkennen dat je homo bent], ofwel gehele of gedeeltelijke zelfonderdrukking. Hierbij raakt de man de macht kwijt, de controle kwijt en hij verliest de zin van leven. In veel landen is homoseksualiteit verboden en worden homo's vervolgd. Her en der staat zelfs de doodstraf op homoseksualiteit en vrijwel overal wordt homoseks als ziekte gezien. Een versterkte vorm van homoversie is de homofobie. Potenrammers! Wat we nodig hebben is een alternatief waarin mensen, mannen en vrouwen, betrokken zouden kunnen zijn op de wereld, niet in droog-ideologische zin, maar in de zin van ‘zorgen voor elkaar’ en ‘oog hebben voor wat er in je omgeving gebeurt’. De metroman is een ‘normale’ man, maar kan ook een homoseksuele man zijn; kijk maar wat voor een soort beroepen zijn soms uitvoeren: brandweerman, politie, dokter, enz.

 

In deel 3 wordt de ontwikkeling van intimiteit van de man uit de doeken gedaan. Hierin wordt beschreven hoe de foetus, de baby, de jongen, de puber en de man, ten opzichte van het vrouwelijk geslacht hun intimiteit ontwikkelen. Het wordt beschreven in 13 stadia. Dit artikel presenteert een model van de ontwikkeling van intimiteit gedurende de menselijke levensloop, vervat in 13 fasen -van geboorte tot de dood. De fasen van intimiteit worden geplaatst in het licht van ontwikkelingspsychologische principes. Behandeld worden de verschillende levenstaken die de mens moet leren beheersen en de versmalling van intimiteit naar seksualiteit. Er worden nieuwe definities van intimiteit en tederheid gepresenteerd. Synchroon aan het model van intimiteit wordt een model van de gevolgen van seksueel misbruik gedurende de verschillende levensfasen gepresenteerd.

Na iedere fase wordt een toelichting gegeven, betreffende een seksueel misbruikt kind en wat hiervan de gevolgen kunnen zijn.

 

In deel 4 wordt het stappenplan beschreven en de vragen die hierin voorkomen zijn niet de alwetende vragen. Je kunt te allen tijde vragen weglaten, maar ook vragen toevoegen. Het stappenplan is ontstaan uit eigen ervaringen met hulpverlening en het terug krijgen van feedback, waardoor ik de mogelijkheid kreeg dit om te zetten in het stappenplan. Menig keer heb ik met cliënten gesproken en iedere eerste keer kwam er weer zo’n stortvloed over mij heen. Later bleek dat de cliënt rust in zijn lichaam zocht en dat kreeg door de  eerste vier stappen: de familielijn, de ontwikkelingslijn, de werkgeverslijn en de ontspanningslijn. Deze stappen gaven zowel de cliënt als de hulpverlener de kans elkaar te leren kennen, begrijpen, respecteren en te controleren. De cliënt kreeg zijn gevoel van het manzijn terug en kon iedere keer een stapje verder gaan, doch bleef zelf de controle houden. De hulpverlener stelde op het eerste gezicht nutteloze vragen, maar juist deze vragen gaven de hulpverlener een goed beeld van de cliënt en kreeg hij kennis over hoe de cliënt straks zou kunnen reageren, wanneer er over de incest of seksueel misbruik gesproken moest gaan worden. Een cliënt zal nooit uit zichzelf het verhaal omschrijven, want hij is de controle over zijn intimiteit, zijn gevoelens en zijn leven kwijt. Hij zal dat eerst terug moeten vinden en dat vindt hij door deze eerste vier stappen. Er ontstaat een ware vertrouwensband en de hulpverlener maakt hiervan gebruik om vooral door te vragen en niet aan vragen voorbij gaan, want op iedere vraag is een antwoord, hoe klein en onbeduidend zo’n antwoord is.