Thema's Stadhouder Methodiek:

 

1. De algemene lijn bestaat uit:

 

De thema’s: dit zijn thema’s die gedurende de gesprekken wederom terug naar boven zullen komen. Hoe denkt cliënt er NU over en hoe aan het eind van de sessies.

De familielijn; over de familiebanden en de onderlinge gevoelens voor elkander. De groei in de familie voor en ook na het seksueel misbruik.

De ontwikkelingslijn; over de kleuterjaren en jongensjaren op de Basisschool. Dan de vervolgjaren op het Voortgezet Onderwijs en de jaren daarna betreffende de vervolgstudie.

De arbeiderslijn; met werkervaringen en ontwikkelingen.

De ontspanningslijn; met daarin de hobby's, de interesse naar boeken, muziek, sport, enz.

 

2. De volgende lijn bestaat seksueel misbruik / incest:

  • Dan volgt de seksualiteitslijn; over de ‘eerste’ keer dat hij in contact komt met de dader[s];
  • Over de eerste seksuele contacten;
  • Over de hoeveelheid contacten;
  • Over de inhoud van deze contacten;
  • Over de gevoelens en emoties die het seksueel misbruik / incest heeft losgemaakt;
  • Over de angsten, de nachtmerries, de schaamte en
  • Vooral over de gevolgen op korte termijn.
  • De vriendjes en vriendinnetjes;
  • Seksuele voorlichting thuis en op school.
  • De pubertijd en de eerste relatie en het vervolg daarop.
  • Is er een leven ná seksueel misbruik / incest.                                                                                                                  

SEKSUEEL MISBRUIK: 

De aard van het Seksueel Misbruik komt bijna altijd voor in de verwantensfeer en bij ‘goede’ bekenden. Het zijn vaak één en soms ook meerdere daders en soms zelfs een vrouw. Het gebeurt vaker buiten het gezin dan er in [INCEST]. Het kan een enorme traumatische uitwerking hebben op de jongen, zoals: angst, schaamte, woede, schuldgevoel, laag zelfbeeld, verwarring, problemen met zijn eigen grenzen, het aangaan met de intimiteit, seksuele contacten, seksualisering van de situatie, dwangmatige masturbatie, enz.

 

Er zijn zeker vier manieren waarop cliënten kunnen reageren [uitzonderingen daargelaten]: 

1.    bevestigend:  

·       Deze cliënten vertellen over hun jeugdervaringen met seksualiteit, die zij verwarrend of schadend vonden. Onderzoek wat er gebeurd is; wat de gevolgen en/of de ervaringen een

·       plekje hebben gekregen; wat de verwerking is en de samenhang naar de hulpvraag.

2.   Bevestigend, maar praat afstandelijk en emotieloos over zijn ervaringen:

·       Deze vertellen hun verhaal koel, zakelijk, afstandelijk en schijnbaar emotieloos. Heb erkenning voor deze manier en vraag door over de omstandigheden, het gedrag en op de betekenis van de ervaringen.

3.   Ontkennend, maar hulpverlener heeft zijn vermoedens:

·       Deze cliënt heeft last van schaamte - en schuldgevoelens. Angst voor gezichtsverlies. Dissociatie van de jeugd, wantrouwen en onveiligheid behoren tot de mogelijkheden.

4.   Ontkend heftig en is kwaad en beledigd over de vragen van hulpverlener:

·       Deze cliënt voelt zich sterk bedreigd en gestigmatiseerd. Vraagt wat hem nu zo kwaad maakt en welk beeld hij nu voor zich ziet.

 

Het doorvragen werkt zeer goed bij jongens èn mannen, daar zij het er zeer moeilijk mee hebben om erover te praten. Het is goed dat hulpverlener zich goed voorbereidt en genoeg vragen voorhanden heeft. Met dit doorvragen, die zij alleen beantwoorden en dit eventueel gemotiveerd doen, geeft hun een duwtje in de richting van het loskomen en open zijn.

Bij de wat oudere cliënten kunt u eventueel de tijdsblokken [schoolperiode, diverse werkgevers, relaties, vriendschappen, kindertijd, puber, volwassen of middelbare leeftijd, enz.] gaan praten. Deze blokken kunnen weken, maanden of zelfs jaren omvatten. Dit is voor de cliënt goed herkenbaar. Het stimuleert hem tot nadenken en zelfs kunnen eventuele ontstane zwarte gaten teruggehaald worden.

 

Ø  Geef eventueel aan waarover er gepraat gaat worden en wat de mogelijkheden zijn.

Ø  Geeft de cliënt ook ‘huiswerk’ mee voor de volgende sessie.

Ø  Herhaal vragen wanneer deze niet beantwoord worden of wanneer het belangrijk is.

Ø  Geeft de cliënt het gevoel van wat er van hem verwacht wordt en wat de cliënt kan verwachten. Schep veiligheid voor de cliënt, maar ook voor uzelf.

Ø  Geeft de cliënt het gevoel van vertrouwen in hem en zorg dat hij dat in u ook krijgt. 

 

ü  angst:                                       ü  schuld:                                 ü  agressie:      

ü  bang:                                        ü  woede:                                 ü  schaamte:  

ü  dissociatie:                               ü  fysieke problemen:               ü  erkenning & herkenning:            

ü  confrontatie dader:                   ü  psychische problemen:          ü  zelfbeeld: 

ü  verwarring:                               ü  zelfvertrouwen:                   ü  aangifte doen:

ü  doorbreken van het zwijgen:       ü  acceptatie hulpverlening:      ü  verdriet: 

ü  eigen mannelijke identiteit:        ü  twijfel:                               ü  wel of niet een slachtoffer:       

ü  seksuele identiteit:                     ü  relatie familie:                    ü  relatie vrienden: 

ü  sociale en emotionele kanten:       ü  wantrouwen:                        ü  vertrouwen: