DIT IS HET TWEEDE ARTIKEL VRIJDAG 13 FEBRUARI 1998, VAN EEN VAN DE LOTGENOTEN VAN SAS2000, M.S.

 

Ter bescherming zeg ik niet volledige naam, maar ik had toen en nu nog steeds groot respect voor een lotgenoot als hij ZIJN verhaal wil en kan vertellen, dus dit zou ook moeten kunnen door al die 700.000 mannen die seksueel misbruikt zijn geweest.

 

KOM OP MANNEN VERTEL JOUW VERHAAL EN IEDEREEN KAN HET HIER LEZEN EN HELPEN OM OOK HUN VERHAAL TE VERTELLEN.

 

 

 

PEDOFILIESLACHTOFFER M: 

Het begon met een arm om me heen en zo ging het verder en verder!

 

Dertien was M, toen zijn 48-jarige 'vriend' voor het eerst seksueel contact met HEM had. Acht jaar later kan het slachtoffer er open over praten. het gevoel dat hij de schuldige was, raakte hij intussen kwijt. "HET GING GELEIDELIJK, HÉÉL GELEIDELIJK EN DAN DENK JE: DIT ZAL ER OOK WEL BIJ HOREN".  Na anderhalf jaar wist hij aan de greep van de dorpsgenoot met sterke pedofiele neigingen te ontsnappen. De verwerking zou heel wat meer tijd in beslag nemen.

 

Vanaf jonge leeftijd trommelde M met plezier bij de plaatselijk fanfare. In 1986 ontmoette de Zeeuwse tiener er Th,  een man van 48 jaar, die pas in het dorp was komen wonen. "We maakten samen muziek. Op die manier leer je elkaar kennen. Ik kwam ook bij HEM thuis. We kregen een band". Achteraf beseft M dat Th hem geleidelijk aan probeerde te manipuleren. "HIJ stookte mij tegen iedereen op. We hadden eerst gewoon een goede vriendschap, maar dat werd steeds heftiger. Het begon met een arm om mij heen. Zo ging het verder. Steeds verder.".  

SCHULDIG

Zijn oude vrienden zag M weinig meer, omdat hij telkens bij Th was. Het contact had ook invloed op de situatie thuis. "Mijn ouders kenden Th en vertrouwden HEM. Ze wisten dat ik met HEM muziek maakte. het was een hobby, die we samen uitvoerden. Ik had het prima thuis, maar Th probeerde mij wijs te maken dat mijn ouders niet goed voor mij zorgden. Op den duur ging ik dat geloven". Hoewel hij het eerste seksuele contact - M was toen dertien [13] jaar - 'raar' vond, drong het absurde van de situatie niet goed tot hem door. "Het ging geleidelijk, heel geleidelijk. Dan denk j: dit zal er wel bij horen. Pas veel later werd ik mij ervan bewust dat ik het helemaal niet wilde, maar ik hield mijzelf voor dat ik schuldig was, omdat ik het zover had laten komen. Ik durfde geen néé te zeggen. Bovendien kocht HIJ mij om met mooie cadeaus". Toen een broer van M thuis vertelde dat hij Th met een aantal jongens naakt in diens privé zwembad had aangetroffen, besloten zijn ouders in te grijpen. M werd uit huis geplaatst, bij een oom en tante elders in het land. Daarmee kwam, na anderhalf jaar, een abrupt einde aan het seksueel misbruik. Pogingen van Th om zijn jonge vriend op te sporen, mislukten. M was aan zijn greep ontsnapt. Hebben z'n ouders al die jaren nooit een vermoeden gehad van wat er zich precies afspeelde? "Ze dachten wel dat er iets gebeurt was. Maar wat?  dat wisten zij niet, al hebben zij stappen ondernomen om er achter te komen"

AANGIFTE

Na een half jaar ging M terug naar zijn ouders. "We zijn eerst zes weken op vakantie gegaan, om weer aan elkaar te wennen en samen plezier te maken. Daarna kwam ik Th opnieuw tegen. Ik ging niet meer alleen naar buiten. M'n ouders, m'n broer of een van mi'n vrienden waren altijd bij me. Ik was best bang, maar voelde mij tegelijk hee; schuldig. Ik ging ook weer naar de muziek, hij moest eraf. M'n ouders wilde niet dat ik nog langer samen met hem op de fanfare zou zitten. Op school ging het steeds slechter. Uiteindelijk kon ik me helemaal niet meer concentreren". In 1996 doorbrak M het zwijgen. "Op een gegeven moment haalde een docent flink naar mij uit. Hij zei dat ik lui was, niets uitvoerde. Ik gaf ald antwoord: 'Je kent me niet eens.' Op advies van de docent ben ik naar de vertrouwenspersoon van school gegaan, maar ik was niet van plan iets te vertellen. Zij vroeg mij op de man af: "BEN JIJ SEKSUEEL MISBRUIKT?" Dat was het raakvlak, waardoor ik ging praten. Het luchtte enorm op. Na het eerste gesprek vroeg zij meteen of ik aangifte wilde doen. Ik heb er een week over nagedacht. Daarna heb ik besloten het te doen. Wij zijn samen  naar de politie gegaan. Die geloofde mij gelijk. Ik moest alles vertellen wat er gebeurd was, heb vier uur lang op het bureau gezeten. Toen vroegen zij: "WETEN JE OUDERS HET?" Ik moest nog méér ondernemen. De vertrouwenspersoon heeft op school een afspraak met mijn ouders gemaakt. Samen hebben wij het verteld. Mijn ouders schrokken enorm".

ZANDBAK

Voor stichting Chris uit Dordrecht [kinderen.chris.nl] is het verhaal van M er een uit duizenden. In de spelkamer van de organisatie voor christelijke kinder- en jeugdhulp zitten de verfspetters soms op het behang en het plafond. Dat de inhoud van de zandbak grotendeels op de vloer ligt, is evenmin een uitzondering. De poppen in de kamer hebben het af en toe zwaar te verduren. Hier uiten kinderen hun agressie. Wekelijks krijgt Chris gemiddeld zeven telefoontjes over seksueel misbruik. Een aantal slachtoffer wordt door de eigen medewerkers in Dordrecht of elders in het land begeleid. Het echtpaar Renate en Rob Baardse is nauw bij de hulpverlening betrokken. Tienermedewerker Rob legt uit dat de stichting geen nauwkeurige cijfers over slachtoffers van pedofielen beschikbaar heeft. "Wij spreken over incest en seksueel misbruik. Als kind  seksueel misbruikt wordt, is de kans groot dat de dader een pedofiel is, maar het hoeft niet zo te zijn. Het komt ook voor dat een man of vrouw, die geen pedofiel is, maar zich niet kan beheersen, zich aan een kind vergrijpt. Er zijn ook pedofielen die géén kinderen seksueel misbruiken, zoals er homofielen zijn die geen relatie met een man hebben".  Een op de zeven meisjes zou slachtoffer van seksueel misbruik zijn, tegen een op de twintig jongens [red.: is thans één op de tien]. De daders zijn zowel vrouwen als mannen, maar vooral mannen. Slachtoffers die hulplijn van Chris bellen, komen vaak niet meteen met hun verhaal voor de dag. "Sommigen noemen alleen hun naam. Of zij beginnen met een vreemd verhaal, dat van geen kant klopt. Dat is een manier om erachter te komen of zij ons kunnen vertrouwen. Geloven ze me, als ik iets geks vertel? Kinderen hebben het idee dat het vreemd is als ze vertellen wat er gebeurd is", zegt pastoraal werker Renate Baardse.

GRENZEN

In veel gevallen heeft het  het seksueel misbruik nog steeds plaats, als het kind of tiener contact zoekt. Rob: "Dan is ons eerste advies: 'ZORG ERVOOR DAT HET STOPT! Hoe dan ook. Heb je daarbij hulp nodig, dan willen wij inspringen. Uiteindelijk beslist het kind of het geholpen wil worden. Anders gaan we over zijn grens heen. Bij seksueel misbruikte kinderen wórdt al zo veel over hun grenzen heen gegaan". De tienermedewerker erkent dat het buitengewoon moeilijk is om nee te zeggen tegen de dader. "In de praktijk gebeurt dat meestal ook niet. Er is sprake van een dader die veel macht over het slachtoffertje heeft. Een eerste stap kan dan iemand in de eigen omgeving in vertrouwen nemen. Als een kind dat wil, kunnen wij ook iemand benadern om mee te gaan naar de huisarts of een vertrouwensarts".  Renate: "Als slachtoffers bellen nadat het seksueel misbruik is gestopt, motiveren wij hen van harte om hulp te zoeken. het is afhankelijk van de situatie  of onze vrijwilligers dat aankunnen of dat wij een tiener in eerste instantie aanraden een andere organisatie te bellen, zoals de Gliagg De Poort of de stichting Gereformeerd Jeugdwelzijn". De ervaring leert echter dat veel beschadigde tieners er het zwijgen toe doen en pas vele jaren later met hun ervaringen naar buiten komen. "Je kunt nooit wegnemen wat er gebeurd is. Het verleden blijft telkens terugkomen: als een tiener verliefd wordt en verkering krijgt, vlak voor het trouwen of bij de geboorte van kinderen. Ook zie je vaak dat de herinnering weer bovenkomt als een kind de leeftijd bereikt waarop de vader of moeder werd seksueel misbruikt. Wij willen zo vroeg mogelijk helpen op een goede manier met hun ervaringen om te gaan," zegt Renate.

GANGMAKER

VOOR Jos Stadhouder VORMT HET VERHAAL VAN HET JARENLANGE ZWIJGEN ONDERDEEL VAN ZIJN PERSOONLIJKE GESCHIEDENIS. Hij werd op zijn dertiende thuis seksueel misbruikt door een huisvriend en van zijn vijftiende tot zijn achttiende in internaat in Zuid Limburg. "Dertig jaar lang heb ik geworsteld om niet te laten merken wat er binnen in mij leefde. Iedereen kende mij als de leuke jongen, een echte gangmaker. Niemand heeft ooit gemerkt dat er op mijn rug een zak hing waar enorm veel ellende in zat. Totdat ik mijzelf tegenkwam. Dan sta je ineens voor de spiegel van je eigen leven en kun je geen kant meer op. Bij mij kwam dat moment toen ik op 27 maart 1993 van mijn broer hoorde dat een van mijn zoons en drie andere kinderen uit de familie, door een familielid seksueel waren misbruikt. Dat was de druppel". Jos noemt het wrang dat excessen als PEDOFILIE vaak de aanleiding vormen voor een bredere aandacht voor slachtoffers van seksueel misbruik. Jos zegt: "Het komt dagelijks voor, wijzend op een dik dossier met knipsels uit maar de afgelopen anderhalf jaar. Hij memoreert de ontuchtaffaire op de Guido de Brès School [maar ook de Rijssen-affaire, ook een school], die in 1996 in het nieuws kwam. Meten ontstond er een onnoemelijk tumult in Nederland. het vormde voor Jos Stadhouder aanleiding aan de oprichting van de stichting Schouder Aan Schouder [SAS2000] mee te werken, waarin een groep lotgenoten de handen ineen sloegen om de organisatie voor jongens en mannen die door MANNEN seksueel misbruikt zijn geweest, van de grond te tillen. Van de elf betrokkenen haakten er na verloop van tijd [18 maanden] af. "ALS JIJ JE VERLEDEN ZELF ONVOLDOENDE HEBT VERWERKT, KUN JE NIET MET ANDERE AAN DE SLAG, verklaarde de secretaris Jos Stadhouder, die met voorzitter Robert van der Luitgaarden overbleef. Een verbreding van de stichting, 19 november 1996, officieel van start in Spijkenisse, waar het nog steeds gehuisvestigd is en vraagt zij nog steeds hun aandacht [www.sas2000.nl]. 

SCHULDCOMPLEX

Vijf maanden na de oprichting constateerde Jos Stadhouder dat de SAS-hulplijn [0181.844.239] onregelmatig wordt gebeld. Zodra er een bericht over slachtoffers van jongens die seksueel misbruikt waren door andere mannen in de krant staat, merkte hij dat de stichting een piek van reacties. Het eerste wat de ervaringsdeskundige Jos slachtoffers voorhoudt, is dat zij NOOIT de schulige zijn. "Velen denken dat zij het seksueel misbruik zelf hebben uitgelokt. Op een gegeven moment stel jij jezelf allerlei vragen, waarop NIEMAND antwoord geeft. Intussen gaat het seksueel misbruik door. Een schuldcomplex is de grootste rem om het naar buiten te brengen. Ik heb mijn probleem, het seksueel misbruik, dertig [30] jaar meegedragen. Tegenwoordig kan, mag, nee, moet je erover praten, want zwijgen helpt niet. Hoe langer je zwijgt, hoe sterker de dader wordt en hoe meer slachtoffers HIJ kan blijven maken. Als je niet direct aangifte doet, loop je de kans uiteindelijk opnieuw slachtoffer te worden of anderen. Je geeft de dader als het ware de macht terug in handen. Wij, de stichting, vinden het daarom belangrijk steeds steentjes in de sneeuw te gooien, die uiteindelijk een lawine bij de slachtoffers kunnen losmaken.Wij houden hun voor: NIEMAND DOET IETS AAN DE VERWERKING, BEHALVE JIJZELF. DOE JIJ ER NIETS AAN, DAN BLIJF JE STILSTAAN. En stilstand is achteruitgang. PRATEN IS HET ENIGE MEDICIJN".

JOYRIDEN

Jos Stadhouder maakt korte metten met de gedachten dat een jongen, geen schade zou hoeven te ondervinden van een relatie met een volwassen pedofiel. "Dat bestaat niet. Een pedofiel houdt van kinderen en hij wil zijn gevoelens uiten. Een jongen kan niet beslissen of hij een seksuele relatie met een volwassen pedofiel wil aangaan. In de discussie wordt gesproken over een pedofiel die LIEFDE GEEFT AAN HET DE JONGEN. Bij de rechtbank heet dat: SEKSUEEL MISBRUIK, en daar staat straf op, te weinig. iemand dringt naar binnen in het leven van een jongen, waar HIJ helemaal niets mee te maken heeft. Ik zou zelfs willen zeggen: JE MOET VÓÓR JE ACHTTIENDE [18] JAAR HELEMAAL GÉÉN SEKSUELE RELATIE AANGAAN". Jos Stadhouder SAS2000-woordvoerder, hekelt de in zijn ogen ondeuglijke wetgeving op dit punt. "Volgens de wet is het strafbaar een seksuele relatie te hebben met een kind, jongen en meisje, jonger dan zestien jaar. Vanaf zestien jaar is het toegestaan, mits een kind, jongen en meisje, het wil. Dezelfde wet zegt dat: JIJ OP JE ACHTTIENDE VOLWASSEN BENT. Dan mag je auto rijden. Doe je het met je zestiende, dan is het joyriden. Daarmee ben je strafbaar. ALS DE WET ZEGT DAT JE TOT JE ACHTTIENDE EEN KIND BEN, jongen en meisje, IS HET KROM DAT JE OP JE ZESTIENDE EEN SEKSUELE RELATIE MET EEN VOLWASSENE ZOU MOGEN AANGAAN, DAARMEE BREEKT DE WET ZIJN EIGEN NORMEN". 

WEERBAAR MAKEN

Renate Baardse is een van de auteurs van: 'Een Geheim Teveel", dat de stichting Chris in het kader van het voorkomen van seksueel misbruik uitgaf. De organisatie wenst de vier gebundelde verhalen in ieder gezin. Een boek dat kinderen, jongens en meisjes, weerbaar wil maken. "Het wil laten zien dat ze over sommige geheimen wél moeten praten, dat zij daarmee bij hun ouders terechtkunnen. Ook grenzen in het lichamelijk contact komen aan de orde. Hoever kun je als oppas bijvoorbeeld gaan" zegt Rob en Renate zegt: Het is de bedoeling dat ouders het boekje niet alleen samen met hun kinderen lezen, maar ook bespreken. Wat een onschuldig element lijkt te zijn, kan soms uitlopen op seksueel misbruik. Kinderen, jongens en meisjes, moeten ook de kleine waarschuwingen leren kennen. Het derde verhaal begint met zwaaien. Daardoor wordt zo'n hechte band tussen een jongen en de buurman gekweekt, dat het kind, de jongen, min of meer gelijmd wordt. Het zwaaien op zich is geen probleem, maar het gaat steeds een stapje verder". Dit verhaal wil er ook op attenderen dat de DADER vaak niet EEN ONBEKENDE MAN MET EEN HOND IS. "Veel kinderen, jongens en meisjes, worden seksueel misbruikt door mensen uit de directe omgeving, die zij vertrouwen: kennissen van ouders of familieleden die bij het weggaan ALTIJD een kusjes geven. De basis voor lichamelijk contact ligt er dus. Je moet daarbij onderscheid maken. Een gewone, liefdevolle aanraking is belangrijk voor de jongens en meisjes, zolang die maar niet seksueel getint is", zegt Rob.

OPEN EIND

De stichting beoogt met het boekje nadrukkelijk niet de laatste taboes op het gebied van seksualiteit te doorbreken of jongens en meisjes angst aan te jagen. "Hte mooie  van de verhalen is dat ze niet slecht aflopen. Maar ook niet altijd goed. De verhalen hebben een open eind. Ouders kunnen door middel van vragen bij elk verhaaltje verder praten, er zelf een eind aan maken, zoals zij dat willen. Anders worden jongens en meisjes inderdaad bang en als je hen bang maakt, worden zij niet weerbaar". Renate zegt: "Wij proberen de jongens en meisjes, samen met hun ouders, te leren hoe zij met verschillende situaties kunnen omgaan. Daarbij leggen wij er de nadruk op dat je jongens en meisjes NEE moet leren zeggen. Als iemand jou iets aandoet wat jij niet leuk vindt, mag je dat vertellen. Ouders moeten hun kinderen, jongens en meisjes, duidelijk maken dat ze ook blij zijn als zij over zulke dingen praten. We horen regelmatig van vaders en moeders die het gesprek over deze dingen aan willen gaan, maar niet weten hoe. Dit boekje wil hun woorden geven om over seksueel misbruik te praten, zonder angst op te roepen".

TROUWEN

Voor M. kwamen preventieve maatregelen te laat. In april 1996 spande hij een rechtszaak tegen Th. aan, die in januari 1997 voorkwam. Het slachtoffer zat in de zaal, omringd door zijn ouders en een vriend, een medewerker van Slachtofferhulp en de vertrouwenspersoon van school. M. was niet in staat de zaak tot het eind te volgen: "Van de verhalen die Th. vertelde, klopte niets. HIJ zei dat mijn ouders schuld hadden, dat ik door hen was mishandeld. Dat is absoluut niet waar. HIJ sprak zichzelf ook tegen". De uiteindelijke straf noemt M. een lachertje: 180 uur dienstverlening. Binnenkort komt de zaak in 'hoger beroep', de dader blijft volhouden dat HIJ onschuldig is, opnieuw voor. Intussen heeft M. vrienden verloren die met zijn traumatische ervaring geen raad weten. Twee goede kameraden hield hij over. In het dorp komt hij de dader regelmatig tegen. "Ik probeer het te vermijden, maar dat lukt niet altijd. Als ik HEM toch tegenkom, doet HIJ of er niets aan de hand is. Ik doe dan alsof ik HEM niet zie. Toch valt het niet mee, als de dader binnen een afstand van 25 meter woont. Vanuit mijn kamer kan ik HEM dagelijks zien thuiskomen uit zijn werk en HEM in de tuin zien zitten". Contact met vrouwen gaat M. gemakkelijker af dan met mannen. Van één hand op zijn schouder schrikt hij en alleen naar een zwembad gaan, is er niet meer bij. Soms denkt de 21-jarige M. aan de toekomst. Hij hoopt te trouwen en kinderen te krijgen [en dat is dan inmiddels ook gebeurd]. Werken bij een reisbureau lijkt hem leuk. Langzaam maar zeker krabbelt hij uit een dal, met hulp van SAS2000, maar hij beseft dat er nog meer drempels genomen moeten worden, zoals hij binnenkort hoopt aan een praatgroep van lotgenoten deel te nemen bij de stichting Schouder Aan Schouder [SAS2000], als een volgende stap in het proces van verwerking: "HET GAAT NU REDELIJK".

Uit het oogpunt van bescherming van de personen in dit verhaal zijn namen ingekort of in werkelijkheid anders.

 

IN HET NIEUWS: Pedofilie!!!!!!

Op een uiterst ongelukkige wijze kwam het onderwerp vorige maand, januari 1998, in het nieuws. De gereformeerde kerkrechtsdeskundige drs. L. C. van Drimmelen pleitte in dagblad TROUW voor acceptatie van volwassenen die zich seksueel tot kinderen voelen aangetrokken. Hij stelde dat een kind niet per definitie schade hoeft te ondervinden van een relatie met een pedofiel. Door zijn publicatie  stond, in die discussie die volgde, in eerste instantie de dader van pedofiele praktijken centraal. Al snel gaven slachtoffers aan zich miskend te voelen. De storm die na de uitlatingen van Drs. Van Drimmelen opstak, is intussen gestild. Daarmee is de problematiek geen verleden tijd. In de luwte van de actualiteit vertelt een pedofilieslachtoffer hierboven zijn  traumatische ervaringen en de strijd die het nog steeds heeft gekost, tot aan de 'hoge raad toe', om die een plek in zijn leven te geven. Daarbij bieden begeleiders, zoals stichting Schouder Aan Schouder, van slachtoffers een handvat aan hen, die een vergelijkbaar trauma hebben meegemaakt [ervaringsdeskundigen].