Het verhaal van Harold:

 

Ik ben geboren in Mierlo in 1960 en ik zat op de kleuterschool vanaf 1964. Tussen 1964 en 1967 ben ik om gezondheidsredenen een paar jaar in Nijmegen/Arnhem geweest en daarna nog zes maanden thuis; daarna ben ik, op mijn 7e jaar - 1967, in een internaat in Zuid Limburg belandt: huize St. Joseph. Ik ben daar tot mijn ± 15e jaar, 1975, geweest en heb ook daar mijn seksueel misbruik ervaringen opgedaan. Ik werd met de auto naar Cadier en Keer gebracht; het was hartje zomer 1967. We reden van Mierlo naar Cadier en keer via de A2 over Roermond naar Maastricht over de provinciale weg N278. Cadier en Keer (Limburg: Keer) is een Zuid-Limburgs dorp, niet ver ten oosten van Maastricht gelegen. Het maakt sinds 1982 deel uit van de Nederlandse gemeente Margraten en sinds 2011 van de fusiegemeente Eijsden-Margraten. De plaats ligt aan de provinciale weg tussen Maastricht, Gulpen en Vaals (de N278). Cadier en Keer telde in 2008 3667 inwoners. Door de ligging dichtbij Maastricht en langs een belangrijke verkeersweg is het vooral een forensendorp. Het dorp ligt op het Plateau van Margraten. Oorspronkelijk waren er twee aparte plaatsen; enerzijds Cadier, dat een zelfstandige gemeente was, en anderzijds Keer, dat met Heer de gemeente Heer en Keer vormde. Nadat deze plaatsen volledig tegen elkaar aan waren gegroeid, ontstond in het jaar 1828 de nieuwe gemeente Cadier en Keer, die tevens het afzonderlijke gehucht Sint Antoniusbank omvatte. Deze gemeente ging per 1 januari 1982 op in de gemeente Margraten. Eerder al waren delen ervan geannexeerd door de gemeente Maastricht. Het dorp is vooral aan de noordelijke zijde van de N278 blijven groeien. Er bevinden zich diverse monumentale gebouwen. Het oudste is de oude kerktoren, welke uit de 12e eeuw stamt. Het originele bijbehorende kerkgebouw is in de jaren 50 van de 20e eeuw afgebroken en daarvoor is een nieuwe H. Kruisverheffingskerk in de plaats gekomen. Een bekende inwoner van Cadier en Keer is voormalig biljartspeler Jean Bessems. In het landelijk gebied van Cadier en Keer aan de entree van het Heuvelland, tussen Maasdal en Mergelland, met een riant panorama op Maastricht en het traditionele Heuvelland van berg en Terblijy en Bemelen ligt het gebied Backerbosch, Het wordt omsloten door oude bossen, glooiende landerijen en twee wijngaarden. Het terrein biedt plaats aan het klooster van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën (S.M.A.), een kruiswegtuin, de golfbaan 'Het Rijk van Margraten' en sportvelden voor hockey, tennis en voetbal. Cadier en keer heeft in de periode van 16 maart 1925 tot de opheffing op 5 april 1938 een halte gehad aan de tramlijn tussen Maastricht en Gulpen als onderdeel van de tramlijn Maastricht-Vaals op de plaats waar de Zwarte Weg uit komt op deKeunestraat ten noordoosten van het dorp. De Zwarteweg volgt nog een groot stuk het tracé dat op de plaats van het viaduct de Rijksweg N278 kruiste om even later de weg via diezelfde Rijksweg te volgen naar Margraten. De eerstvolgende haltes waren in het westen bij Sint Antoniusbank en in het oosten aan de Rijksweg te Margraten.

Onderweg kreeg ik van mijn ouders nog een brandweerauto. Ik zat in de auto te spelen met mijn brandweerwagen, toen de auto de Pater Kustersweg in reed en ik zag toen voor het eerst het enorme grote gebouw, het was ruim 25 meter breed en meer dat 10 meter hoog. We werden in de grote hal ontvangen en na de kennismaking gingen wij naar een van de paviljoens. Dit waren refters in een vrijstaande huis, bestemd voor 16 jongens en was gelegen aan de linkerzijde van terrein. Pater Richard, leiders Eric en Joep, juffrouw Fien Thielen werden aan mij voorgesteld.

»» Hallo Harold, welkom in Cadier en Keer, zei pater Richard tegen mij en ik gaf hem een handje.

»» Dit zijn de leiders Eric en Joep en dit is juffrouw  Fien. 

We namen plaats en er werd wat algemene informatie uitgewisseld. Even later werden we door het paviljoen rondgeleid en zag de kamertjes waar de jongens sliepen. Beneden was een grote open ruimte met een open keuken en er was een klein plaatse voor het paviljoen om in de zomer lekker buiten te zitten. Er werd een lunch geserveerd en na een uurtje, het was rond 14 uur, verlieten mijn vader, moeder en broer mij om de weg in te slaan die hen terug naar huis zouden brengen. Ik huilde hete tranen en was geëmotioneerd en vreselijk kwaad, omdat ik door hen werd achtergelaten. Aan de andere kant zat er ook iets van blijdschap in mij, want ik zat niet meer onder het juk van mijn gewelddadige vader, want als er maar iets fout ging thuis, bijvoorbeeld ik had een kopje kapot laten vallen, dan kwam de riem uit de broek en werd ik afgeranseld en tussendoor schopte hij met zijn zware werkschoenen. Hij moest altijd mij hebben en nooit een van de andere kinderen.

De eerste maanden had ik het erg moeilijk en was erg in mijzelf gekeerd. Ik probeerde met andere jongens vriendje te zijn. Ik was een zeer verlegen persoontje. Ik mocht wel meespelen maar ik moest wel iedere keer overgehaald worden. Ik werd niet door de omgeving geaccepteerd, omdat ik een buitenbeentje was. Iedereen liet mij maar een beetje gaan en zo waren de eerste maanden al snel voorbij en kon ik het redelijk goed vinden met de andere jongens, die gemiddeld 7, 8 en 9 jaar waren. De groep oudere jongen waren erg overheersend en een beetje dominant. Zij speelden soms de baas over de kleintjes en zij waren natuurlijk groter en ouder. Met de Kerst mocht ik voor één week naar huis om Kerst te vieren in het gezin en eind december was ik al weer terug van de Kerstvakantie. Met Oud en Nieuw moesten wij vroeg naar bed en werden rond middernacht, voor het vuurwerk, even wakker gemaakt; het is 1968.

 

Het seksueel misbruik van Harold:

Ik zat in de groep Tivoli en daar leerde ik Theo kennen, die wel twee koppen groter dan ik was en stevig gebouwd. Theo was een brutaal manneke en in de avonduren ging hij langs de kamer van de kleintjes, om hen te helpen met uitkleden. Ik was algauw zijn eerste keus en hij verscheen in mijn kamer.

»» Zo Harold, ik kom jou een beetje helpen. Waar lig je pyjama, vroeg hij aan mij.

»» Onder mijn kussen, waarom?

»» Nou je gaat toch niet met je kleren in bed liggen. Kom maar eens hier Harold, dan zal ik het een en ander eens even losmaken. Hij betastte en streelde mij over mijn hele lichaam. Het was aanraken en knijpen. Hij kleedde mij uit en al gauw stond ik in mijn onderbroekje en betaste hij mijn piemeltje.  Hij raakte mijn penis en billen aan nadat hij mijn onderbroekje had uitgetrokken; alles.

»» Zo, je bent al een grote vent hè?

»» Ja, ik denk het wel, antwoordde ik zachtjes en ik voelde zijn hand over mijn billen gaan en er in knijpen. Die eerste keer bleef het daarbij, maar daar zou het niet bij blijven. We raakten op een vreemde manier bevriend met elkaar en hij ging iedere keer een stukje verder. Hij begon aan mijn piemel te trekken tot tie stijf werd en soms nam hij hem ook in zijn mond en zat er een hele tijd aan te sabbelen, tot dat wij een keer betrapt werden door een leider van de refter. We werden beide apart geroepen en kregen flink wat slaag; met een riem op mijn achterwerk en geslacht; handen en gezicht. Ik ben toen weggelopen voor even naar de grotten. Bij terugkomst, het was erg laat die avond, moest ik eerst onder douche en werd ik door de leider Richard gewassen.