Het verhaal van Pière:

 

Huize SINT JOSEPH in LIMBURG 1962:

 

Broeder Rudolf  was een jonge broeder later uitgetreden en had de burger naam Wim V. en kwam uit Hulst Zeeland, het was een man sadistisch en genoot van de afstraffingen die hij geef of  de vele afstraffingen die ik van anderen had moeten ondergaan. Er werd vaak eigengemaakt eten gegeten afkomstig van eigen slachterij veelal zult zonder zout het was walgelijk en men wist dat ik dit vies vond. Ik spoelde het weg met water als dat er was anders probeerde ik het ongezien weg te stoppen in mijn broekzak Rudolf zag echter alles en ook als ik het in de afval bak had gegooid, moest ik het eruit halen en ook vanuit mijn broekzak, de jongens moesten dan rond mij staan en al kokhalzend probeerde ik het weg te eten. Als ik dit niet kon en terug  spuugde moest ik het weer opeten en totdat alles op was. Daarna kreeg ik een jaargang ingebonden katholieke illustraties in een grote boek gebonden en moest dit in  mijn handen houden, rechtop zitten en mocht mijn handen niet laten zakken, deed ik dat wel dan stond Rudolf achter mij en sloeg net zolang met de handveger totdat ik ze weer omhoog kon houden en soms gebeurde dit elke twee dagen; tussen door moest ik naar school en na schooltijd ging dit dan verder op blote knieën in korte broek.

 

Chrisje mocht na vijf dagen terug naar de refter, deze lag direct boven de cachotten en ik kon de hele dag kinderen boven mijn hoofd in de refter waar ik ook hoorde schreeuwen en joelen.

Ik weet dat ik daar gegild heb uren lang van eenzaamheid en soms huilde om mijn moeder en niemand die mij hoorde. Het enigste wat je hoorde was het kerkorgel en het kerkkoor terwijl ik in een onverwarmde cel zat op een fles water en brood zonder beleg droog brood ik was toen tien jaar oud. Er was ook een broeder die 's nachts sliep in een van de cachotten broeder Marcellinus een lange man met een slepende stap hij was leraar van de schildersschool en werkzaam tijdens feesten als ceremoniemeester. 'S avonds zat ik te wachten kon niet gaan slapen het bed zat vast aan de muur kon alleen van buitenaf losgemaakt worden. Marcellinus kwam in de avond laat, altijd zat ik te wachten tot ik zijn stap hoorde en dat betekende ik kon gaan slapen. In die nacht nadat hij het licht had uitgedaan de deur gesloten met een grendel lag ik een beetje stil in bed tussen alleen dekens geen verwarming of die werkte vaak niet keek naar de  hoge ramen met mat glas en tralies en zag soms een ster ik wenste dat ik dood was het alleen zijn was eigenlijk het ergste. Na een poosje werd de schuif van mijn deur gehaald en ik ging uit bed langzaam duwde ik tegen de deur die ging open en ik probeerde weg te gaan maar er was een deur naar het cachotten complex een metalen en die zat op slot. Plotseling ging de cachot van Marcellinus open en ik schrok hij kwam naar mij toe en zei maar even bij mij zitten , hier is het wam en ik was blij dat hij een arm om mij heen sloeg. Ik zat op de rand van zijn bed herinnerde het oude klein transistor radiootje en hij zei waarom doe je zo moeilijk pietje hij aaide over mijn ontblote schouder zijn hand zat boven in mijn pyjama jasje en trok zich tegen mij aan kuste mij en streek wat over mijn buik en benen. Dat was het toen die avond ik was niet bang vond het fijn alles beter dan die erge donkere cel en alleen zijn. De volgende avond deed hij mijn celdeur niet dicht en zei dat ik gerust bij hem mocht komen, ik deed dit was dan even niet alleen. Ik ging zijn cachot/kamer binnen en ik ging naast hem zitten drukte zich tegen mij aan begon mij op de mond te kussen en zijn tong wilde hij naar binnen doen ik wilde niet hij greep mij ruw bij mijn haren trok mijn hoofd achter over en ik zag dat zijn broek open was zijn gezwollen penis stond rechtop en hij drukte mijn hoofd in zijn kruis, ik kreeg geen lucht heb hem in mijn mond genomen hij was vies stonk en kwam klaar in mijn mond ik stikte en braakte ik kreeg geen lucht zover stak hij zijn ding in mijn mond. 

Daarna zij hij: dat is leven pietje als je dit vaker doet heb je het goed hier beneden en zal ik je niet alleen in de cel laten.

Vies en vuil voelde ik mij de geschiedenis herhaalde zich daar in die vieze donkere cel 's nachts eerst alleen de eenzame nacht denkend aan thuis ver weg en nu een beest die me dwong tot viezigheid en tenslotte heb ik dit vaak gedaan soms wel drie maal in de week  meestal was ik als ik er zat gemiddeld 10 dagen tot twee weken en dan was het altijd mijn vaste nummertje uit liggen en ik was even niet alleen het was beter dat te doen dan die verschrikkelijke eenzaamheid. Er zijn nachten geweest dat ik op mijn buik moest liggen hij iets nats over mijn billen deed hij kroop bovenop mij en god wat deed dat zeer drukte hij zijn ding in mij en op het laats huilde ik niet meer ik vervloekte onze lieve heer en begon tegen alles en iedereen haat te krijgen