Zeden almanak 2003

 

Voorwoord

 

Op 1 december 1991 is een nieuwe zedelijkheidswetgeving betreffende zware zedenmisdrijven in werking getreden. De wijzigingen in de zedenwetgeving zijn ingevoerd om een betere bescherming te bieden tegen strafbare vormen van seksueel geweld, onder meer door verruiming van de mogelijkheden tot vervolging en berechting van daders. De wetgever beoogde tevens een aanvullende bescherming te bieden aan diegenen die in het maatschappelijk verkeer extra kwetsbaar zijn, zoals jeugdigen en mensen met een handicap. In 1994 zijn de effecten van de wetswijziging via een onderzoek geëvalueerd1. Uit dit onderzoek bleek dat de toepassing van de nieuwe zedenwetten in de praktijk nog te wensen overliet. Ook werd vastgesteld dat er nog steeds sprake is van een kloof tussen functionarissen van justitie en politie enerzijds en de hulpverleners van slachtoffers en plegers anderzijds. De onderzoekers adviseerden om via voorlichting aan alle betrokken beroepsgroepen het juiste gebruik van de nieuwe wetten te stimuleren en de samenwerking tussen het justitiële circuit en de hulpverlening te bevorderen. In antwoord hierop heeft het ministerie van Justitie deze Zedenalmanak ontwikkeld. De almanak is bestemd voor iedereen die professioneel bij deze problematiek betrokken is: de politie, het openbaar ministerie, de advocatuur en de hulpverlening aan slachtoffers.

 

 

In deze tweede geheel herziene druk zijn de wijzigingen in wetten en beleid, alsmede de ontwikkelingen in rechtspraak met betrekking tot seksueel geweld vanaf 1997 tot en met 2001 verwerkt. 


 Werkstuk van hr. Knijn in 2003

 


I. Argumentatie

Seksuele zedenfeiten zoals misbruik en incest zijn nog steeds taboes. Slachtoffers durven er namelijk nog steeds niet allemaal voor uit te komen en omstanders sluiten hun ogen. Je ziet wel dat stilletjes aan de taboes worden gebroken door slachtoffers, daders, de Kerk en deskundigen. Maar nog steeds te weinig. Programma’s zoals o.a. Koppen, Telefacts en Jambers proberen deze taboes duidelijk te maken.
Ik vond het interessant om de verschillende standpunten te bespreken, vooral de dadersstandpunten en die van de Kerk omdat deze namelijk de taboestandpunten zijn of zij er vaak niet voor kunnen uitkomen.

Misbruik is op alle vlakken een maatschappelijk probleem dat waarschijnlijk ook in onze vriendenkringen voorkomt, maar dat we niet zien of niet doorhebben. Daarom leek het mij wel interessant hierin te verdiepen en wie weet, leer ik er nog wat van...

De verhalen die ik las, hebben mij heel erg geraakt. De eerste uur kon ik geen woord uitbrengen omdat ik niet kon geloven dat sommige mensen helemaal alleen die last moeten dragen, die niet namelijk niet min is. Slachtoffers én daders zijn soms te bang om hulp te gaan zoeken bij de politie en weten vaak dat ze andere mogelijkheden hebben. 
 


Barbara van de Pol 2002

 

 

Voorwoord

 

Wat een goed gevoel om eindelijk mijn scriptie in handen te hebben. Ik heb hier hard, maar ook met heel veel plezier aan gewerkt. Ik heb veel geleerd over het onderwerp, maar ook persoonlijk en professioneel heb ik veel geleerd tijdens het maken van deze scriptie. Mijn nieuwsgierigheid naar dit onderwerp is grotendeels bevredigd en ik ben tevreden over het uiteindelijke resultaat.

Dit was echter niet mogelijk geweest zonder de medewerking van een aantal mensen, die ik bij deze wil bedanken.

 

Mijn collega’s bij de Stichting Thuiszorg Oost Veluwe: “Bedankt voor jullie steun en voor jullie vertrouwen.”

 

Stagebegeleidster Marijke van Duijn: “Dank je wel voor je aansporingen en het advies om op tijd met mijn scriptie te beginnen. Dankzij het vele voorwerk dat ik door jouw aansporingen heb verricht heb ik deze scriptie af gekregen.”

 

Medewerkers van TransAct die bereidt waren mij hun ervaringen te vertellen. Kennis over te dragen en te inspireren: “Bedankt!”

 

“André Lubbers, medewerker van het Fiom in Eindhoven, bedankt voor je openhartige interview en de materialen.”

 

En ook Ruud Pruijsers, oprichter van de internetpagina http://www.lotgenoten-incest-slachtoffers.nl “bedankt voor je medewerking, jouw internetpagina is voor mij de pagina die het best toegankelijk is voor slachtoffers. Jouw pagina heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het tot stand komen van deze scriptie.”

 

Jan Willem, bedankt voor je kritische noten, die keren dat ik bij je kwam. “Bedankt voor de begeleiding.”

 

Diegenen die mij hebben geholpen mijn scriptie zo goed mogelijk te formuleren: “Bedankt voor de keren dat jullie mijn scriptie hebben doorgelezen, het geduld wat jullie hebben opgebracht en de spelfouten die jullie hebben ontdekt.”

 

Tenslotten, maar zeker niet het minst wil ik alle mannen bedanken die hun verhaal aan mij wilden vertellen: “Bedankt voor jullie mening en kanttekeningen.”

 

Ik hoop dat iedereen dit verslag met welgemeende interesse en plezier zal lezen.

 

Wezep, mei 2002

Barbara